Manillen

Met vier aan tafel? Dat vraagt om een potje manillen. Want zodra vier mensen samenkomen, is dat precies waar elke West-Vlaming aan denkt. Het kaartspel is dan ook bijzonder populair in de Belgische Westhoek en in Frans-Vlaanderen. En laat het Extremis-hoofdkwartier nu pal in het midden van die regio liggen, bij de Frans-Belgische grens.  

Manillen is er zowaar cultureel erfgoed. Na de zondagsmis gingen onze grootouders manillen. In kleine volkscafés, ontmoetingscentra en parochiezaaltjes werden heuse toernooien georganiseerd. De gebruikelijke prijzen? Van kippen, koekenbrood of worsten tot zeep. Ja hoor, dat lees je goed. 

Manillen

Wat heb je nodig?

  • 4 spelers, kruislings tegenover elkaar verdeeld in 2 teams; 
  • Een kaartspel van 32 kaarten of een normaal kaartspel van 52 stuks waar je de nummers 2 tot 6 uithaalt; 
  • Een Manille-picknicktafel, een drankje en hapjes – toegegeven: die horen niet echt bij het spel, maar zijn onmisbaar, toch? 

Even enkele termen uitleggen

  • ‘Manille’: kaart 10, de kaart met de hoogste waarde in het spel 
  • ‘Troef’: de troefsoort die door de deler wordt gekozen en die de kaarten van elke andere soort overtreft 
  • ‘Kopen’: een troefkaart leggen om de slag te halen 
  • 'Slag’: Het spel wordt gespeeld door om beurten, in wijzerzin, een kaart te leggen. De kaarten die op tafel liggen, vormen samen een ‘slag’. Elke ronde of ‘deel’ telt 8 slagen, aangezien elke speler bij de start van de ronde 8 kaarten in handen heeft. 

De waarde van de kaarten

Elke kaart heeft een specifieke waarde:

  • De tien (ook wel ‘de manille’ genoemd) = 5 punten 
  • De aas = 4 punten 
  • De koning = 3 punten 
  • De dame = 2 punten 
  • De boer = 1 punt 

De deler is als eerste aan zet 

  • De 32 kaarten worden gelijk verdeeld over de vier deelnemers, in wijzerzin en te beginnen bij de deelnemer die links van de deler zit. De spelers krijgen elk eerst drie kaarten, daarna twee, en vervolgens opnieuw drie, zodat uiteindelijk elke speler acht kaarten in handen heeft. 
  • Vervolgens kiest de deler troef. Hoe bepaal je welke soort troef is? Door in je kaarten te kijken en de soort te kiezen waarvan je de meeste kaarten in handen hebt, of de soort waarvan je de waardevolste kaarten hebt. 

Het spel

De speler links van de deler mag ‘uitkomen’ met een kaart naar keuze. De drie overige deelnemers zijn verplicht te ‘volgen’ als zij dat kunnen. Kunnen ze dat niet? Dan moeten ze ‘kopen’ met een troefkaart. Lukt dat ook niet? Dan moet de speler een andere kaart leggen en kan hij of zij die slag niet halen. Heeft je tegenstander ‘gekocht’? Dan moet je ‘bovenkopen’ als je kan. Elke kaart die gelegd wordt, heeft een specifieke waarde. De waarden van alle kaarten in de slag worden samengeteld. De deelnemers mogen tijdens de spelfase niet over hun kaarten praten. Na elke ronde of ‘deel’ wordt de persoon links van de deler (in wijzerzin dus) de nieuwe deler. 

Wie wint er?

Als alle kaarten zijn gespeeld, leggen jij en je teamgenoot de gewonnen kaarten samen en worden de punten geteld. Tel je 40 punten? Dan krijgt jouw team 10 punten. Tel je 26 punten? Dan krijgt het andere team 4 punten, aangezien het volledige boek 60 punten waard is. Eén speler (telkens dezelfde) noteert de punten in een tabel met twee kolommen: WIJ en ZIJ. 

Het team dat als eerste 101 punten behaalt, wint. Teamgenoten tellen de waarde van de verschillende slagen die ze haalden na elke ronde telkens samen. 

Na een eerste spelletje kan je voor de ultieme manille-ervaring gaan met wat extra regels.

Extra regels, voor extra speelplezier

Extra regels, voor extra speelplezier

Zonder troef

Bij de keuze van de troefsoort zijn er eigenlijk niet vier, maar vijf mogelijkheden: 'zonder troef’, oftewel ‘mull’. Ga voor een ronde zonder troef als je veel ‘manillen’ en andere waardevolle kaarten in handen hebt. Zo’n ‘mull’ houdt in dat de behaalde punten dubbel tellen.

 

'Kloppen' of 'meegaan'

Vermoeden de tegenstanders dat ze de gekozen troef kunnen overtreffen (meer dan 30 punten kunnen halen)? Dan kunnen ze op de tafel kloppen, oftewel ‘meegaan’, en worden de punten na de ronde verdubbeld. Hebben je tegenstanders op de tafel geklopt, maar ben je toch van mening dat jouw team de ronde zal winnen? Dan kan je ‘tegen kloppen’ om de punten te verviervoudigen.

Blind

Kies je als deler een troef nog vóór je de kaarten in je hand hebt bekeken? Dan worden de punten verdubbeld. Dan kies je met andere woorden ‘blind’. Het is dan ook meteen aan jou om uit te komen. Dat betekent bovendien dat de punten verviervoudigd worden als je zonder je kaarten in te kijken kiest voor een ronde zonder troef. We spreken dan van een ‘blinde mull.

 

Een onbesliste spelbeurt, oftewel 'plat'

Eindigt een ronde met 0 punten (dus, wanneer beide teams 30 punten tellen)? Dan worden de punten in de volgende ronde verdubbeld.

 

De puntentelling

Als er punten verdubbeld of verviervoudigd moeten worden (na een deel zonder troef en wanneer de tegenstanders hebben geklopt), dan gebeurt dat nadat alle punten in de ronde zijn geteld.